20 september 2021

Geoloog pleit voor studie naar effect zwelklei

Groningen/Rotterdam – De effecten van de in het Noorden veel voorkomende zwelklei kunnen dusdanig zijn dat het nodig is een groot onderzoek te laten uitvoeren door de drie noordelijke provincies. De Rotterdamse geoloog Peter van der Gaag bepleit donderdag zo’n onderzoek, als hij het eerste exemplaar van zijn studie naar de effecten van de zwelklei bij aardbevingen aanbiedt aan de provincie.

Volgens Van der Gaag zou de grondwaterstand in het Noorden eigenlijk verhoogd moeten worden. Hij trok onlangs aan de bel toen de omgeving van Loppersum drie keer kort achter elkaar getroffen werd door een aardbeving. Bewoners die klaagden over scheuren in hun huizen liepen al langere tijd tegen een muur, omdat de kracht van de bevingen niet sterk genoeg zou zijn geweest om schade aan huizen te veroorzaken. Metingen die Van der Gaag ondermeer deed in Middelstum en de Friese plaats Grouw wezen echter uit dat de effecten van de bevingen sterker waren op de stukken waar zwelklei voorkwam.


De zwelklei is bij boeren wel bekend als de grond waarin bij lange droge perioden grote scheuren ontstaan. Hij wordt ook wel knip- of knikklei genoemd. De klei versterkt volgens Van der Gaag onder invloed van water de kracht van de beving. ”In Nederland lopen we wat kennis op dit gebied betreft gewoon heel erg achter”, zegt Van der Gaag. In Amerika is de schade als gevolg van zwelklei groter dan schade als gevolgen van aardbevingen en alle andere natuurrampen bij elkaar. In Frankrijk bedroeg de schade vorig jaar drie miljard euro en hier is niemand die er ooit van gehoord heeft, dat is toch absurd. De zwelklei komt weliswaar in een klein gebied in Nederland voor, eigenlijk alleen in het Noorden, maar dat maakt de effecten niet minder belangrijk.”


Volgens Van der Gaag kan zwelklei niet alleen schade aan bebouwing veroorzaken bij aardbevingen, maar kan de grond onder invloed van water ook zelfstandig schade toebrengen.


Van der Gaag heeft inmiddels contacten met de Technische Universiteit Delft, die al heeft aangegeven mee te willen werken aan een onderzoek.

www.dvhn.nl

Geef een antwoord